Een goede vriend heeft sinds jaar en dag een eigen bedrijf. Hij wilde nooit over potentiële opdrachtgevers praten als de opdracht nog niet getekend was. Als vrienden vonden we het altijd wel grappig, dat bijgeloof. Totdat hij aantoonde dat deze eigenschap geen bijgeloof is, maar wetenschappelijk onderbouwd. De verklaring in een notendop, is dat je minder gemotiveerd bent om je doelstellingen te behalen als je praat over je plannen, omdat het praten over je doelstellingen al voldoening geeft.

Vergelijk het met de ambitie om meer te gaan sporten. Het voelt goed om te zeggen dat je vanavond écht gaat sporten, maar de kans is aanwezig dat het bij de ambitie blijft. Mensen die niet of minder praten over hun doelstellingen, hebben een grotere kans om hun doelen te bereiken, aldus Sivers (2009). Het bedrijf van de vriend is inmiddels internationaal gerenommeerd en bevestigt in ieder geval deze regel. Ik werk sinds eind 2016 voor een duurzame vastgoedonderneming en zie verrassende parallellen in de corporatiesector als het gaat over duurzaamheid.

We praten steeds vaker over duurzaamheid en circulariteit

Begin mei was het groot nieuws dat een expeditie van Nederlandse topmanagers naar de Noordpool ging om zelf de gevolgen van klimaatverandering te ervaren. Na het met eigen ogen aanschouwen van de smeltende ijskappen, waren de zorgen nóg groter bij de Nederlandse bedrijven. De overheid werd gevraagd om lange termijn doelstellingen te formeren en een klimaatwet te lanceren (NOS, 2017). Geen overbodige luxe, want in hetzelfde item vertelt de internationaal directeur van het Noors Poolinstituut dat het tegenwoordig vaak regent op de Noordpool, dat er sprake is van een toename van aardverschuivingen en dat het afgelopen november 10 (!) graden warmer was dan normaal. Eerder was in de documentaire Before The Flood (NGC, 2016) te zien dat er in de afgelopen 5 jaar alleen al 9 meter aan ijsdikte is weggesmolten op de Noordpool.

Serieus nieuws, zou je zeggen. De kranten staan er vreemd genoeg niet vol mee. Maar we praten er wél graag over. Duurzaamheid en circulariteit zijn steeds vaker gehoorde begrippen in ons werkveld. En dat is maar goed ook, want binnen de Europese Unie is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor 36% van de CO2 uitstoot (Europese Commissie, 2016). Dat zet zoden aan de dijk. Zeker als je bedenkt dat corporaties met 2,3 miljoen woningen de grootste huisvester zijn van het land. Als er een sector is die écht verschil kan maken, dan is het de corporatiesector.

Er is gelukkig steeds meer te zien en horen over duurzaamheidsdoelstellingen. Ook de circulaire economie is steeds meer een onderwerp van gesprek. Dat merk ik ook in de praktijk, waar ik meer dan regelmatig met corporaties en gemeenten om tafel zit over bouwprojecten. Ik heb met meerdere gemeenten gesproken die “de meest circulaire gemeente van Nederland” willen worden. En ook corporaties nemen steeds vaker duurzaamheidscriteria op in aanbestedingen, zoals schaduwkosten en BENG. Aan de voorkant is duurzaamheid en circulariteit wel degelijk onderwerp van gesprek.

Kortetermijnwinst voor langetermijnbesparing

Helaas is ook hier de praktijk weerbarstiger. Van duurzame, circulaire producten in de bouw is bekend dat deze in aanvang iets duurder zijn, maar door de lange levensduur, de mogelijkheid tot hergebruik en lage onderhoudskosten op termijn juist goedkoper zijn. En dan laat ik nog buiten beschouwing dat voor een circulair gebouw geen sloopkosten gereserveerd hoeven worden. Echter, ondanks groeiende circulaire ambities bij woningcorporaties, is de P van prijs (meestal) nog leidend. Korte termijn winst gaat vóór lange termijn besparing. Zowel van financiële middelen, als van ons milieu.

Er zijn natuurlijk ook de nodige kanttekeningen. Corporaties hebben te maken met een sterk gereguleerd speelveld, en moeten de woningen betaalbaar houden. Dit gaat niet altijd gepaard met forse investeringen in duurzaamheid. En er zijn ook hele goede voorbeelden van corporaties die tienduizenden zonnepanelen plaatsen voor hun huurders, of corporaties waar kwaliteit wél zwaarder weegt dan prijs. Dit is een hoopvolle ontwikkeling, maar het is niet genoeg. We kunnen alleen een vuist maken als we de strijd tegen de klimaatverandering samen aangaan. Overheid, corporaties én de bouwsector. Schaalgrootte is cruciaal voor succes. Door alle prachtige woorden en ambities lijkt het alsof we al een eind op weg zijn, maar dit is niet meer dan een illusie. Voorlopig winnen traditie en aanvangsrendement het van de toekomst van onze volgende generaties.

De tijd van praten is voorbij. Als we nú serieus werk maken van het verminderen van de CO2-concentratie (de Correspondent, 2017), hoeft het nog niet te laat te zijn. Bij gelijkblijvende omstandigheden, staat Nederland tegen het einde van deze eeuw voor de helft onder water, en zijn de Waddeneilanden verdwenen (NOS, 2017). Het is dus zaak om de omstandigheden te veranderen, groter te denken, de nieuwe generaties voorop te stellen. Een nieuw Deltaplan, zowel letterlijk als figuurlijk, is absolute noodzaak. Overheid, gemeente en corporaties: neem het voortouw en geef het goede voorbeeld. Het is geen vijf voor twaalf, het is één voor twaalf.

 

Geschreven door: Ernest Kuiper (Sales manager Finch Buildings)
Gepubliceerd door: CorporatieNL (https://www.corporatienl.nl/artikelen/tijd-praten-is-voorbij/)

Posted by:Ernest